Liite:Verbitaivutus/hollanti/accepteren

Nominaalimuodot
infinitiivi accepteren
partisiipin preesens accepterend
partisiipin perfekti geaccepteerd
apuverbi hebben
Persoonamuodot
indikatiivi
preesens imperfekti perfekti pluskvamperfekti
pers. yks. mon. pers. yks. mon. pers. yks. mon. pers. yks. mon.
1. accepteer accepteren 1. accepteerde accepteerden 1. heb geaccepteerd hebben geaccepteerd 1. had geaccepteerd hadden geaccepteerd
2. accepteert accepteren 2. accepteerde accepteerden 2. hebt geaccepteerd hebben geaccepteerd 2. had geaccepteerd hadden geaccepteerd
3. accepteert accepteren 3. accepteerde accepteerden 3. heeft geaccepteerd hebben geaccepteerd 3. had geaccepteerd hadden geaccepteerd
konjunktiivi
preesens imperfekti perfekti pluskvamperfekti
pers. yks. mon. pers. yks. mon. pers. yks. mon. pers. yks. mon.
1. acceptere accepteren 1. accepteerde accepteerden 1. hebbe geaccepteerd hebben geaccepteerd 1. hadde geaccepteerd hadden geaccepteerd
2. acceptere accepteren 2. accepteerde accepteerden 2. hebbe geaccepteerd hebben geaccepteerd 2. hadde geaccepteerd hadden geaccepteerd
3. acceptere accepteren 3. accepteerde accepteerden 3. hebbe geaccepteerd hebben geaccepteerd 3. hadde geaccepteerd hadden geaccepteerd
imperatiivi
pers. yks. mon.
2. accepteer accepteert